06 - 14 344 677 info@tohealth.nl

Orthomoleculaire (epigenetische) therapie

Orthomoleculaire betekent de ‘juiste moleculen betreffend’. ‘Orthos’ komt uit het Grieks en betekent juist, recht of gezond. Professor Linus Pauling (2-voudig Nobelprijs winnaar) introduceerde de term ‘orthomoleculair’ voor het eerst in 1968. Volgens Pauling is de orthomoleculaire geneeskunde de behandeling van ziekte, door de organen te voorzien van een optimale moleculaire omgeving, met name de optimale concentraties van stoffen die van nature in het menselijk lichaam aanwezig zijn.

Deze optimale (moleculaire) omgeving komt van de voedingsstoffen uit ons eten, vooral de vitamines en mineralen. Bevat onze voeding niet (meer) voldoende belangrijke voedingsstoffen, dan wordt het gebruik van voedingssupplementen noodzakelijk. Ook door (epi)genetische foutjes in ons DNA kan ons lichaam sommige voedingsstoffen niet voldoende omzetten.

Hoe ga ik te werk?

Ik bekijk klachten en vragen vanuit verschillende invalshoeken en met een epigenetische bril op. Verderop op deze pagina leg ik uit wat orthomoleculair en epigenetisch betekenen.

Hoe ben je geboren, je jeugd doorgekomen? Heb je fysieke en/of emotionele trauma’s meegemaakt? Ben je geopereerd, heb je antibiotica gehad, etc.? Wat eet je en hoe reageer je op voeding en andere prikkels uit de omgeving? Al deze dingen hebben invloed op je genen en daardoor je gezondheid. Ik kijk naar de wisselwerking tussen organen, emoties, zenuwstelsel, immuunsysteem, hormoonsysteem en omgevingsfactoren.

Aan de hand van uitgebreide intakeformulieren breng ik in kaart wat je klachten zijn. Zijn er tekorten in macro- en micronutriënten? Of signalen dat bepaalde organen of systemen niet goed werken? Recente onderzoek uitslagen van de huisarts/specialist neem ik mee in de beoordeling. Waar nodig zal ik aanvullend onderzoek adviseren.

Vervolgens kijk ik hoe al deze klachten samenhangen en waar nu de prioriteit ligt. Ik geef je adviezen over voeding, beweging, slaapverbetering, voedingssupplementen, stressmanagement, ontspanning en emotionele gezondheid.

Ik begeleid je in je zoektocht, zodat je je weer gezond en energiek kunt gaan voelen!

Wat is orthomoleculaire (epigenetische) therapie?

De Orthomoleculair Therapeut gaat er vanuit dat het lichaam zichzelf kan genezen wanneer de omstandigheden optimaal zijn. De therapeut gaat bij mensen met chronisch klachten op zoek naar de onderliggende oorzaak. Wat ontbreekt er in het lichaam aan essentiële stoffen, waardoor het lichaam zichzelf niet meer geneest.

De orthomoleculaire aanpak is dus een van voorkomen en ondersteuning van het lichaamseigen herstelvermogen. De reguliere aanpak levert vooral hulp in acute (crisis)situaties (bv. gebroken been, hartaanval, etc.). Deze aanpak blokkeert bepaalde lichaamsprocessen of onderdrukt symptomen met medicatie. De orthomoleculaire geneeskunde vult hiermee de reguliere geneeskunde. Daarom wordt deze ook wel complementaire geneeskunde genoemd.

Wat is het verschil tussen een orthomoleculair arts en therapeut?

Een orthomoleculair arts heeft eerst een reguliere medische opleiding gedaan en daarna de opleiding orthomoleculaire geneeskunde. Een orthomoleculair therapeut heeft alleen de opleiding orthomoleculaire geneeskunde gedaan.

Wat is epigenetica?

Het verschil tussen genetica en epigenetica kun je vergelijken met computers: de harde schijf is de genetica, het DNA waarin al het erfelijk materiaal ligt opgeslagen. De epigenetica zijn de programma’s die je kunt aanpassen. De volgorde van genen in het DNA staat vast en is onveranderbaar. Maar er kunnen wel kleine weeffoutjes in deze genen zitten. Hierdoor lopen bepaalde lichaamsprocessen niet lekker en kunnen er ook ziekten ontstaan.

Nog niet zo lang geleden ging men ervan uit, dat de genen waarmee je wordt geboren volledig bepalen hoe je lichaam functioneert. Maar nu blijkt dat deze genen niet ‘hard’ geprogrammeerd zijn.

Naast de min of meer ingebakken genenvolgorde zijn er processen die bovenop de genen, ofwel epigenetisch, plaatsvinden. Deze processen kunnen ervoor zorgen dat een gen wel of juist niet afgelezen kan worden bij het aanmaken van nieuwe DNA. Of anders gezegd, of een gen ‘aan-’ of ‘uitgezet’ wordt. Of dit goed is, is afhankelijk van de functie van een gen.

Genen die tumoren promoten wil je uitgezet hebben. Maar de genen die celdood (apoptose) op een bepaalde plek veroorzaken hebben moeten wel goed functioneren. Ook blijken dit soort epigenetische aanpassingen overerfbaar zijn. Het goede nieuws is dat je deze processen kunt beïnvloeden door het aanpassen van je levensstijl en voeding. Hiermee heb je niet alleen invloed op je eigen gezondheid, maar dus ook die van je toekomstige kinderen.

Enkele voorbeelden

Een bekend voorbeeld is de inname van voldoende foliumzuur door zwangere vrouwen. Hierdoor voorkom je de geboorte van baby’s met open ruggetjes. Ook is bekend dat jodiumtekort bij zwangeren gevolgen heeft voor het ongeboren kind, zoals een lager IQ, kleine gestalte en mogelijk schildklierproblemen.

Een ander voorbeeld heeft te maken met de stof homocysteïne. Een verhoogde waarde werkt hart- en vaatziekten in de hand. Een relatief grote groep mensen heeft een genetische foutjes waardoor bv. foliumzuur niet wordt omgezet in het actieve folaat. Of de vorm holocobalamine B12 niet wordt omgezet in het actieve methylcobalamine. Beide zijn nodig om homocysteïne om te zetten in de volgende stap (methionine) en dus homocysteïne te verlagen. Deze actieve vormen kun je niet uit voeding halen, maar alleen via suppletie binnen krijgen.

De rol van orthomoleculaire therapie

En hier komt dan de rol van orthomoleculaire epigenetische therapie om de hoek kijken. Niet het bestrijden van de ziekte zelf m.b.v. medicatie staat voorop. Maar door het aanpassen van je levensstijl (voeding, beweging, stressmanagement) en mogelijk aanvulling met de juiste supplementen je genen beïnvloeden. Zo vermijd je ziekte of stel je je lichaam in staat zichzelf te herstellen.

In de praktijk blijkt dat een groot deel van de Nederlandse bevolking niet eet volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum. En daarmee dus onvoldoende voedingsstoffen binnen krijgt. Het RIVM onderzoekt hoe er in Nederland wordt gegeten, afhankelijk van leeftijd en sekse.

Het laatste onderzoek, gepubliceerd in augustus 2017, beslaat de periode van 2012-2016. Uit dit onderzoek blijkt dat de gemiddelde (volwassen) Nederlander nog geen 150 gram groente (en 120 gram fruit) per dag eet. En dat, terwijl het advies van het Voedingscentrum op 250 gram groente (en 2 stuks = 200 gram fruit) per dag ligt.

In het onderzoek valt verder te lezen: “Voor de preventie van chronische ziekten, zoals hart- en vaatzieken, diabetes en bepaalde vormen van kanker, is een verdere stijging van de consumptie van plantaardige  voedingsmiddelen gewenst. Slechts een minderheid van de Nederlandse volwassenen voldoet hiervoor aan de aanbevelingen.”

Ook gaat het Voedingscentrum bij de schijf van vijf uit van een gezond persoon. Maar in Nederland zijn er heel veel chronisch zieke mensen, die aan de normale hoeveelheid voedingsstoffen niet voldoende hebben. Bovendien is de voedingswaarde van groente en fruit in de laatste decennia heel hard achteruit gegaan, zoals uit onderstaand plaatje blijkt. Door uitputting van landbouwgronden, luchtvervuiling, snelle groei en langdurige opslag  bevat ons voedsel veel minder vitaminen, mineralen en spoorelementen dan vroeger.

Voedingswaarde groente en fruit

Wil je liever (eerst) je stress aanpakken?

Klik dan hier